De GGZ, IQ’s en de Wet zorg en dwang (Wzd) als topje van een ijsberg
De ggz verwijst mensen met psychische problemen en een IQ tussen 70 en 85 steeds vaker naar de gehandicaptenzorg. Artsen waarschuwen 'In de gehandicaptenzorg mogen we mensen hun grondrechten ontnemen - opsluiten, vastbinden - zonder dat er een rechter bij komt kijken. Dat treft een steeds grotere groep.'
De ggz verwijst mensen met psychische problemen en een IQ tussen 70 en 85 steeds vaker naar de gehandicaptenzorg. Artsen waarschuwen 'In de gehandicaptenzorg mogen we mensen hun grondrechten ontnemen - opsluiten, vastbinden - zonder dat er een rechter bij komt kijken. Dat treft een steeds grotere groep.'
De overbelaste GGZ schuift, als ik de NRC van 12 april jl. mag geloven, steeds vaker cliënten door naar de gehandicaptenzorg. Vanuit de GGZ wordt hiervoor het IQ aangevoerd, en dat mag. Sinds 2009 geld namelijk, in plaats van harde ondergrens 70, een IQ tussen de 70 en 85 met bijkomende problemen, ook als een licht verstandelijke beperking (LVB). De groep LVB’ers groeide sindsdien van 70.000 naar 120.000. De reden van het doorverwijzen zou zijn, dat voor het toepassen van dwangmaatrelen in de ouderen- en gehandicaptenzorg, in tegenstelling tot de psychiatrie geen externe rechtelijke toetsing nodig is.
De Wet zorg en dwang ( Wzd) was bij de invoering in 2020 al omstreden. Er kwamen wel voor het eerst kaders met voorschriften rond dwangmaatregelen, maar het toezicht werd voor deze sectoren intern geregeld waarmee de "mindere" juridische status van ouderen en gehandicapten een feit was. Ook hier speelden waarschijnlijk capaciteitsproblemen; er waren simpelweg te veel cliënten met dwangmaatregelen om rechtelijk te toetsen. De Wzd was bovendien een politiek compromis en daarmee een bureaucratisch monstrum. Niemand was verrast toen minister Helder van VWS als reactie op de eerste evaluatie begin 2023 aankondigde de wet flink aan te passen.
Het soort kritiek op de Wzd vanuit cliëntenorganisaties en zorgaanbieders verschild. De eersten klagen over te snelle invoering, onvoldoende kennis bij hulpverleners en te weinig cliënteninbreng, waarvoor zij meer externe cliëntenvertrouwenspersonen (CVP’s) willen inzetten. Zorgaanbieders pleiten juist voor snellere invoering en minder restricties. In afwachting van de aanpassingen in de wet kunnen beide partijen niet tot elkaar komen. Een meerderheid van de zorgaanbieders blijft vasthouden aan minder frequente evaluaties en protocollen voor dwangmaatregelen vanwege administratieve lasten en "rompslomp die de autonomie van zorgmedewerkers te veel inperkt" .
Dat laatste lijkt, gegeven de ongelijke machtsverhoudingen en afhankelijkheid van cliënten, een wereldvreemd argument. Maar als zo'n begeleider, ik werkte de afgelopen 3 jaar met LVB'ers, kan ik er mij wel wat bij voorstellen. Dagelijks werken met personeelskrapte, gebrek aan continuïteit (denk aan alle zzp'ers en zieteverzuim) is niet alleen frustrerend maar maakt je ook ongeloofwaardiger voor cliënten. Dat je nauwelijks beschikbaar bent door alle drukte met zorgsystemen, rapportages en administratiedwang, helpt daarbij niet. Daarnaast versterkt de Wzd het gevoel van ongelijkheid tussen mondige– en onmondige bewoners, waarbij die laatsten steeds meer overgeleverd zijn aan de organisatorische willekeur. In de praktijk zorgt veel regelgeving, waaronder die van de Wzd, er ook voor dat niemand meer de regie en verantwoordelijkheid neemt voor de echte belangen van cliënten. Die hebben soms namelijk baat bij sturing en externe regie. Want leven met een beperking in- maar vooral aan de rand van- de samenleving wordt er niet makkelijker op. Zeker met de ‘verschraling’ binnen het zogenaamde sociale domein én de GGZ. Ik moet steeds vaker denken aan "de kleren van de keizer". Een voormalig collega, bekend met veel verschillende instellingen, mailde mij vorige week nog dat de zorg is ingestort. Er werkt niemand meer en er zijn overal verliezen. Dat betekent steeds meer "bed, bad en brood" en steeds minder "leven".
Intussen blijft de beleidscarrousel diagnoses bijstellen en steeds complexere protocollen opleggen. In dit geval wordt zo een maatschappelijk probleem teruggebracht tot een arbitraire discussie over IQ. In het algemeen werken al deze politieke "oplossingen", ondersteund door veel gelikte pr, vooral als een "beheersmatige deken" die over de zorg wordt gelegd. Ze dragen bij aan de glijdende schaal waarin hulpverleners de laatste schakel zijn in een afstandelijk-, ontoegankelijk en steeds vaker onlogisch zorgsysteem.