Skip to main content
Afbeelding boekomslag Een wereld van verschil

Terug naar de bossen?

| Gerard Nass | geschiedenis, verdunning, inclusie, systeemwereld, inrichtng

In mei 2024 verscheen ‘Een wereld van verschil. Instellingsterreinen en het goede leven voor mensen met een verstandelijke beperking’ van Femmianne Bredewold en Simon van der Weele.  In het boek beschrijven socioloog Bredewold en filosoof Van Weele in de vorm van een etnografie het leven op instellingen.
In 2014 documenteerde Bredewold in ‘Lof der oppervlakkigheid’ al het failliet van de sociale inclusie.

Niet zo open baai

Het boek onderscheidt ‘Tuinen’ en ‘Parken’ waarmee vooral de mate van afgeslotenheid wordt beschreven. Vanuit het ‘dagelijkse goede leven’ aldaar willen de auteurs ons, in de buitenwereld, een spiegel voorhouden. Niet alleen over de idealen van sociale inclusie maar ook over die van de (zorgzame) samenleving. Beide auteurs hebben daarvoor telkens 6 weken meegelopen op een instelling, er veldnotities gemaakt en gesproken met begeleiders, beleidsmakers, verwanten en, hier en daar, bewoners die vooral anekdotisch worden opgevoerd. Dat laatste heeft ook te maken met hun vaak ernstige cognitieve beperking.

Etnografie is cultuuronderzoek op basis van participerende observatie. Interpretatie is belangrijk bij de etnografie. Onderzoeksgegevens worden verzameld door eerdergenoemd  "meelopen" en vervolgens geordend. Zo worden inzichten verworven over "gemeenschappen". De auteurs geven zelf aan dat hun onderzoek steunt op het onderscheiden van de instelling als een ‘heterotopie’, een maatschappelijke 'tussenruimte'. Deze theorie over ’maatschappelijke tussenruimten', denk b.v. ook aan begraafplaatsen, vormt de basis van waaruit wordt ‘gespiegeld’.

 Openbaar toilet in Amsterdam: een voorbeeld van een heteronome plaats van reinigingOpenbaar toilet in Amsterdam: een voorbeeld van een heteronome plaats van reiniging.
Copyright: Amsterdam Municipal Department for the Preservation and Restoration of Historic Buildings and Sites (bMA)

Opmerkelijk is dat dit concept is ontleend aan Michel Foucault de filosoof die, naast zijn werk over seksualiteit, vooral bekend is van zijn ‘Geschiedenis van de waanzin’. Daarin ontleedt hij de manier waarop moderne samenlevingen stap voor stap ‘onaangepasten’ uitsluit. 
‘Een wereld van verschil’ concludeert dat mensen met een beperking baat hebben bij minder contact met de samenleving. Naast Foucault figureert in het boek, bij wijze van ondersteuning van deze opvatting , een andere oude bekende: Erwin Goffman en diens  boek ‘Totale Instituties’. Dat boek geld ais één grote aanklacht tegen de de verwoestende uitwerking van "besloten gemeenschappen". Hier wordt het,  zo begrijp ik, aangehaald om te onderbouwen dat inrichtingsbewoners, anno 2024 hun identiteit en autonomie wél kunnen behouden.

Kernwaarden

De  onderzoekers ontdekken in ‘Een wereld van verschil’ alternatieve opvattingen over ‘het goede leven’. Binnen de Parken, maar vooral Tuinen, wordt ’vrijheid’ bewegingsvrijheid om in je eigen tempo jezelf te zijn, de eerste zogeheten kenwaarde. De tweede is ‘ritme’, vertrouwen door voorspelbaarheid, duidelijkheid en overzicht. Derde kenwaarde 'relationaliteit' representeert de inbreng van bewoners in ontmoetingen en daarmee invloed op de gemeenschapsvorming. Als vierde is er het bijdragen aan die gemeenschap, tevens gunstig voor persoonlijke ontwikkeling en leren samenwerken. Alhoewel wat vaag geformuleerd is op deze kernwaarden wel de teloorgang van de 'zachte waarden' na 25 jaar neoliberaal terug te voeren.

Nostalgie

De toon over het dagelijkse leven In ‘Een wereld van verschil’ is bijna idyllisch. De beschrijvingen uit de veldnotities gaven mij het gevoel er zelf weer rond te lopen. Als 15-jarige aspirant leerling,  opgegroeid en opgevoed in een grote inrichting, herken ik de rust, reinheid en regelmaat. De term ‘gemoedsrust’ schoot mij door het hoofd want er komen veel betrokken mensen vol goede bedoelingen aan het woord. Maar snel hierna kwam ‘capitulatie’ omdat met dit ‘deja vu’ ook het besef indaalde over het ‘met de rug naar realiteit staan’, zo eigen aan de naar binnen gekeerde cultuur van de gehandicaptenzorg.

Kantelpunt

‘Een wereld van verschil’ is een boek uit 'onverdachte hoek 'en markeert daarmee de verdere comeback van de inrichting.  Bovendien komen overal de Parken al te voorschijn. Troost is misschien dat er zo proeftuinen groeien indachtig 'Dennendal’s 1000 bloemen'. Lastiger is dat de auteurs lijken aan te nemen dat mensen met een beperking inmiddels een goede maatschappelijke positie hebben. Mogelijk is dat ook de reden om de conclusies van Goffman, en diens onderzoek naar leven in inrichtingen, maar over boord te kieperen. De suggesties dat inrichtingsbewoners bijdragen aan- en invloed hebben op- hun omgeving, is daarvoor illustratief.

Systeemkritiek

Ik moest bij dit boek denken aan het werk van Reerink (2017) dat door de auteurs wordt aangehaald. Haar ‘waardigheidsparadigma’ presenteerde zich als een alternatief voor van Gennep’s ‘burgerschap paradigma’. Destijds werd dat nog met de nodige scepsis ontvangen.
Het voorwoord van een ‘Wereld van verschil’ is geschreven door Evelien Tonkens. Haar constatering was 20 jaar geleden ‘dat anders dan de zorg zelf, de organisatie van de zorg geen onderwerp van heftige debatten, verwarring en zelfkritiek’. Anno 2024 is die analyse nog steeds relevant. Sterker, het is achteraf gezien één van de belangrijke blinde vlekken waardoor de, in dit boek zo verfoeide, ‘sociale inclusie’ mislukte. Of om met wijlen Ad van Gennep te spreken, ‘er zijn vooral stenen verplaatst’.

Door een gebrek aan context wordt in ‘Een wereld van verschil’  ‘de boze buitenwereld een spiegel voorhouden’ inderdaad ‘de exercitie in naïef idealisme en romantische nostalgie’, waarvoor de auteurs vrezen. Hun ‘krachtige kritiek op de in onze samenleving dominante liberale waarden’ is relevant maar het gaat ver om, via ‘de morele hegonomie van het gelijkheidsdenken in de gehandicaptenzorg’, ook maar meteen verworvenheden als zeggenschap en zelfbeschikking aan de straat te zetten. Dat is het ’ kind met het badwater weggooien’ in een  een samenleving waarin je alleen ‘bestaat’ als je jezelf laat zien en horen! De laatste 50 jaar waren die van mondigheid, emancipatie en (helaas) te weinig empowerment. Vanuit die context is terugtrekken uit de samenleving al snel een stap terug doen in ambities en doelen. De berusting die daar uit spreekt vind ik dan weer, om dat begrip ook maar eens te gebruiken, moreel verontrustend...

Literatuur

Bredewold, F. ( 2013) Lof der oppervlakkigheid, contact tussen mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische beperking en buurtbewoners. Amsterdam, van Gennep.

Foucault, M. (1995) Geschiedenis van de waanzin. Amsterdam, Boom uitgevers.

Gennep, A. van & Steman, C. (1997). Beperkte burgers. Over volwaardig burgerschap voor mensen met verstandelijke beperkingen. Utrecht: NIZW.

Goffman, E. (1961). Asylums: Essays on the Social Situation of Mental Patients and Other. New York (USA): Anchor Books, Random House Inc.

Reerink, A., The A. & Roelofsen , E. (2017). Van burger-cliënt naar perspectief van waardigheid. Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen( NTZ) 43 53-64.

Schuurman, M. (2017). Het beste van twee werelden? Resultaten van een studie naar de stand van zaken en mogelijkheden van inclusie van mensen met verstandelijke beperkingen in de regio’s Ermelo en Gelderland Midden van ’s Heeren Loo.

Tonkens, E.H. (1999). Het zelfontplooiingsregime; de actualiteit van Dennendal en de jaren zestig. Uitgeverij Bert Bakker: Amsterdam.