
Kabinet Jetten - meer praatjes voor steeds meer gaatjes
... in de eigen vertrouwde omgeving de zorg te krijgen die nodig is ... investeren in zorgzame buurten ... waar ontmoeting, de aanpak van eenzaamheid en zorg voor elkaar centraal staat ...
... in de eigen vertrouwde omgeving de zorg te krijgen die nodig is ... investeren in zorgzame buurten ... waar ontmoeting, de aanpak van eenzaamheid en zorg voor elkaar centraal staat ...
Het Kabinet Jetten wil meer ‘maatschappij’ in het leven van langdurig zieken en gehandicapten.
Tegelijkertijd krijgen mantelzorgers het steeds moeilijker omdat voorzieningen verschralen en ontoegankelijker worden. En hoger eigen risico, én minder vergoedingen én meer eigen bijdragen heten samen deftig ‘stapeling van kosten’.
Het nieuwe kabinet wilde ook bezuinigen op de langdurige zorg.
Daar ging op 9 maart jongstleden voorlopig een streep door vanwege de actie ‘ik kleur rood’.
Intussen blijven structurele problemen in de zorg onbesproken en noodzakelijk maatregelen uit. Dit zijn de marktwerking en de systeemwereld die daar het gevolg van is. De verwachte concurrentie tussen instellingen, het doel van de marktwerking, blijft uit. 40 tot 50 procent van het zorgbudget wordt niet uitgegeven aan directe (patiënten)zorg maar aan ‘overhead’. (1). Dat gaat ten kosten van de personeelskosten voor de mensen die het ‘echte werk ’ doen.
Minister Mirjam Sterk
Skipr en Zorgvisie typeert CDA-ster Sterk, de nieuwe minister van langdurige zorg, als iemand die wars is van “neoliberaal systeemdenken en instrumentalisering.” (2)
Mirjam Sterk is voor de gehandicaptenzorg een oude bekende. Zij was tot 2018 directeur van MEE. Toen ik aan ChatGtp vroeg wat MEE doet was het antwoord dat MEE “de inclusie van mensen met een beperking bevordert”. Zelf herinner ik het me eerder andersom; de MEE’s en de voorloper ervan de Sociaal Pedagogische Dienst (SPD), waren vooral verwijzers naar speciale voorzieningen.
Het is afwachten wat ‘de verbetering van de doelmatigheid in de (Wlz) door passende zorg, kwaliteitsnormen, en bijbehorende tarieven’ uit het regeerakkoord, gaan inhouden. Hetzelfde geldt voor ‘de scheiding van wonen en zorg.’ De genoemde ‘digitalisering’ lijkt ook over doelmatigheid te gaan, hopelijk niet met meer computertijd ten koste van nabijheid en relaties.
Praktisch wijst in het regeerakkoord weinig op beleid voor meer “gemeenschapszin en gemeenschapsontwikkeling.” “Wij voeren het VN verdrag Handicap uit.” klinkt loos voor ‘de mensen buiten’ wiens leefomstandigheden steeds penibeler wordt. Met alle bezuinigingen en problemen rond het arbeidsmarktbeleid, banenafspraken in de Participatiewet en/of deeltijdwerk, raken zij aangewezen op een ‘versoberde’ WW, WIA-IVA en AOW. Zo wordt bijdragen aan gemeenschapsontwikkeling moeilijk.
In alle publiciteit rond ‘ik kleur rood’ was er trouwens maar weinig aandacht voor mensen met een beperking in de maatschappij.
Werken in en aan de zorg
Er is in de regeringsverklaring en in de reacties ook geen aandacht voor de belangrijkste ‘koekoek’ in de zorg, de systeemwereld en de cultuur die daar heerst.
Marjet Veldhuis maakt dat zichtbaar met het onderscheid dat zij maakt tussen mensen die werken in de zorg en mensen die werken aan de zorg. De laatste 20 jaar groeide het aantal mensen dat werkt aan de zorg spectaculair. Deze nieuwkomers zijn bijna uitsluitend bezig met de uitvoering en handhaving van een groeiend aantal richtlijnen en regels, indicaties, testen, kwaliteitssystemen, nieuwe wetgeving, en de controle daarop. Daarvoor is steeds meer nodig in de vorm van beleidsmakers, bestuurders, ambtenaren, juristen, expertisecentra, kennisinstituten én communicatiemedewerkers.
Deze laatsten werken, zonder kennis van wat bewoners en hun verwanten willen, als gespecialiseerde ‘influencers’ aan de verkoop van het aanbod. Surfend over de websites en portals van de grote zorgaanbieders gebeurd dat met ‘warme woorden’ als Samen, Meedoen, Waardigheid, Normaal Leven, Betekenisvol, Goed Leven en Lef en Meesterschap. Fleurige foto ’s en filmpjes ondersteunen dit verhaal.
Praktijk in de zorg
Dat knelt steeds harder voor de mensen die in de praktijk het echte werk doen. Met het wegvallen van ervaren collega’s en door bezuinigingen, is het daar ‘pompen of verzuipen’; continuïteit en relaties staan permanent onder druk. Als persoonlijk begeleider kan ik er over meepraten. Met collega’s hielden we de zorg in de dagelijkse praktijk eerder ondanks, dan dankzij, alle overhead overeind. Tegen een hoge persoonlijke prijs. Binnen 1 jaar was ik in dienstjaren ook de senior, omdat iedereen die er werkte toen ik er kwam alweer vertrokken was; al dan niet na een periode van ziekteverzuim of een burn-out.
Mensen die werken in de zorg hebben recent via een petitie de noodklok geluid. Gedragskundigen spreken expliciet over hun gewetensnood bij het werken in de context van een permanent systeem falen.
Illustratief hiervoor is de groep bewoners met ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’. Speciaal voor die groep is er een stelsel van specialistische-, op voorspelbaarheid en controle, ingerichte zorg ontstaan. Kostbare zorg, die ook nog eens contraproductief blijkt. Deze aanpak houdt dit gedrag vooral in stand, of versterkt het zelfs. Verschraling, personeelsverloop en de mentale verwaarlozing en emotionele verwarring die daar het gevolg van zijn, veroorzaken samen dit moeilijk verstaanbaar gedrag. (3)
Een onderzoek als dat van WAVE laat zien dat het ook anders kan. Dit project zoekt én vindt meer levenskwaliteit via ‘lekenverstand ’ uit de samenleving.
Visie en praktijk
Kernvraag is hoe de normale menselijkheid weer terugkomt in de (langdurige) zorg. Marjet Veldhuizen omschrijft in de video bij dit artikel de huidige zorg als een inefficiënt, geldverslindend systeem, waar in de praktijk niet meer de patiënten en zorgprofessionals centraal staan, maar regels, verantwoording en verdienmodellen.
Transitiedeskundige Jan Rotmans verwacht een crisis voor een doorbraak van de onderstroom. Zelfs de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving heeft het, bij monde van haar voorzitter Jet Bussemaker, over een fundamentele “transformatie van de zorg van onderop.”
In de politiek als arena van politici die werken aan de zorg blijft het stil. Er is blijkbaar geen gevoeld van urgentie vanwege onvoldoende zicht op de praktijkproblemen, en de bestuurs- en beleidsproblemen die er de oorzaak van zijn. (4)
Lange en korte termijn
Het regeerakkoord en de defensieve reactie uit het veld veranderen niks. De overheid wordt niet aangesproken op het gebrek aan visie op inclusie, de ontbrekende randvoorwaarden daarvoor. Ook wil het kabinet Jette de de sociale zekerheid verder afbreken. Intussen gaat de gehandicaptenzorg verder op dezelfde voet. Zorgbestuurders lijken te worden gegijzeld door alle regels en systemen terwijl in de beeldvorming begripvolle menselijkheid wordt uitgedragen. Illustratief is de blijmoedige carrousel van kostbare congressen en symposia waarin de wereld buiten de eigen kring niet bestaat.
Intussen veranderd die samenleving in razend tempo met oorlogsdreiging, opkomende fascisme en meer armoede voor de minder bedeelden. (5)
Impulsen voor verandering zal daarom ergens anders vandaan moeten komen.
Ervaringskennis biedt aanknopingspunten. Naast de waardevolle persoonlijke groei die het nu biedt voor steeds meer mensen, vraagt dat wel meer aandacht voor emancipatie en ‘empowerment’ en daarmee invloed op de systeemwereld. Onafhankelijke verwanten- en belangenverenigingen zijn daarvoor ook noodzakelijk.
Opleidingen zouden ‘radicaler’ kunnen kiezen voor het relatiemodel, het enige model waarvoor de mensen zelf ooit hebben gekozen, aldus Inge Mans. Lesstof die daar op aansluit is daarvoor al voldoende voorhanden.
Dat vraagt ook meer professionele autonomie van de mensen die het werk doen. Bemoedigend is daarom dat begeleiding in de zorg zich weer organiseert via belangen- en beroepsverenigingen. Een hoopvol signaal in dit opzicht is dat iemand als Hans Spekman voorzitter is geworden van de FNV.
Laat vooral concreet alledaags leven, en daar op aansluiten, weer uitgangspunt worden. Dat is beter en goedkoper zoals onderzoek naar alternatieven duidelijk maakt..
Hopelijk gaat de zorg en ondersteuning via gezinnen en kleinschalige familie- en burgerinitiatieven overleven. Die zijn bij uitstek geworteld in “zorgzame buurten en gemeenschapszin.” Wanneer die ‘1000 bloemen’ blijven bloeien blijft ook hun kennis en uitzicht op een menswaardiger leven.
De situatie van bewoers die zijn aangewezen op de gehandicaptenzorg is urgent, mensenrechten zijn in het geding. Meer ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’, de ruime inzet van psychofarmaca en het seksueel misbruik, dat ook maar niet minder wordt, zijn daarvan ‘indicatoren’.
Het huidige systeem is onhoudbaar en staat haaks op wat iedereen wil, mensen die niet verder verkommeren en wegkwijnen.
Noten
(1) Jeurissen, P., H. Maarse 2021. De markthervorming in de Nederlandse gezondheidszorg. Resultaten, lessen en vooruitzichten. Het Europees Observatorium voor Gezondheidssystemen en -beleid.
(2) Redactie SKIPR 2026. Dit wil het nieuwe kabinet met de zorg. SKIPR, een merk van BSL Media & Learning, onderdeel van Springer Nature.
(3) Al Googelend lees ik dat inmiddels 18.500 bewoners een VG7-indicatie hebben (2023). Schatting is dat het in 50% over bewoners met dit gedrag gaat. Dat is kostbaar met een budget van € 160.000,00 per bewoner.
(4) Het is de vraag wat PRO hieraan kan doen: ook zij zijn onderdeel zijn van de politieke geschiedenis die dit systeem heeft opgeleverd.
Echte veranderingen vragen meer kennis van de ontstaansgeschiedenis van die problemen. Bijvoorbeeld de eigen knieval tijdens en na de Paarse kabinetten voor de zegeningen van de markt in de sociale zekerheid.
(5) Saneren van de eigen overhead lijkt in de zorg ondenkbaar. In het bedrijfsleven gebeurt het soms gewoon. Zoals bij het succesvolle ASML dat besluit 1700 managers te ontslaan omdat ze geen productieve bijdrage leveren. In de gehandicaptenzorg zal dat niet snel gebeuren.